Terug naar blog
Pensioen30 juli 20264 min

Nieuwe pensioenwet 2026: wat verandert er voor jouw pensioen?

Wat verandert de nieuwe pensioenwet (Wet toekomst pensioenen) voor jouw pensioenopbouw? Met rekenvoorbeeld en tips om zelf de regie te houden.

Je hebt vast wel eens iets voorbij zien komen over de nieuwe pensioenwet, de Wet toekomst pensioenen, en de vraag die dan blijft hangen is simpel: wat betekent dit nou concreet voor mijn eigen pensioen? Gaat je pensioen omlaag, omhoog, of verandert er eigenlijk niks? In deze blog leggen we uit wat er verandert, wat het voor jouw portemonnee kan betekenen en wat je zelf kunt doen om grip te houden op je pensioen.

Wat houdt de nieuwe pensioenwet eigenlijk in?

Tot voor kort werkte bijna elk pensioenfonds met de zogenoemde doorsneesystematiek: iedereen betaalde procentueel evenveel premie, ongeacht leeftijd, en iedereen bouwde daarmee dezelfde pensioenaanspraak op. Dat klinkt eerlijk, maar in de praktijk betekende het dat jongeren relatief te veel premie betaalden voor wat ze aan pensioen terugkregen, en ouderen juist te weinig.

De nieuwe pensioenwet stapt over naar persoonlijke pensioenpotjes. Jouw premie gaat voortaan naar jouw eigen vermogen, dat voor jou wordt belegd en waarvan het rendement direct aan jou toekomt. Pensioenfondsen krijgen tot 2028 de tijd om over te stappen naar dit nieuwe systeem, dus je fonds kan hier dit jaar, volgend jaar of pas over een paar jaar mee schuiven.

Wat merk je concreet als je fonds overstapt?

Het belangrijkste verschil is dat je pensioen meer gaat meebewegen met de beurs. In het oude systeem werden mee- en tegenvallers uitgesmeerd over alle deelnemers en jaren, wat zorgde voor stabiliteit maar ook voor trage aanpassingen. In het nieuwe systeem zie je rendement en tegenvallers sneller terug in de waarde van jouw pensioenpotje.

Voor jongere deelnemers is dat over het algemeen positief: je hebt nog decennia te gaan tot je pensioen, dus tijdelijke koersschommelingen maken weinig uit en je profiteert juist van het hogere verwachte rendement over die lange periode. Voor mensen die al dicht bij hun pensioen zitten, wordt vaak een overgangsregeling toegepast om schokken te dempen, zodat een slecht beursjaar vlak voor pensionering niet meteen een flinke deuk in de uitkering slaat.

Rekenvoorbeeld: wat betekent dit voor je pensioenopbouw?

Stel je bent 32 jaar, verdient €45.000 bruto per jaar en je werkgever draagt 15% van je salaris af aan pensioenpremie, dus €6.750 per jaar. Je hebt nog 35 jaar tot je pensioen.

Bij een gemiddeld verwacht rendement van 5% per jaar op je persoonlijke pensioenpotje bouw je over die 35 jaar ongeveer €640.000 op, uitgaande van gelijkblijvende premie-inleg.

Bij een iets voorzichtiger rendement van 4% kom je uit op ongeveer €500.000.

Het verschil van €140.000 laat precies zien waarom het nieuwe systeem voor jongere deelnemers kansen biedt: meer rendement kan sneller doorwerken in je uiteindelijke pensioenvermogen, maar dat werkt in slechte jaren ook de andere kant op.

Waarom dit hét moment is om zelf de regie te pakken

De nieuwe pensioenwet verandert niks aan één belangrijk feit: je werkgeverspensioen is meestal niet genoeg om je huidige levensstijl straks vol te houden. De vuistregel dat je zo'n 70% van je laatste salaris nodig hebt, wordt door de meeste pensioenfondsen bij lange na niet gehaald, en dat gat wordt met de overstap naar het nieuwe stelsel niet vanzelf gedicht.

Wat wel helpt, is je jaarruimte benutten via een bancaire lijfrente of lijfrentebeleggingsrekening. Heb je bijvoorbeeld €4.000 jaarruimte per jaar en beleg je dat 25 jaar lang tegen een gemiddeld rendement van 7%, dan bouw je daarmee alleen al een aanvullend vermogen op van ruim €270.000. Dat is een bedrag waarmee je het gat tussen je verwachte pensioen en je gewenste levensstijl voor een groot deel kunt dichten, los van wat er via je pensioenfonds gebeurt.

Wat kun je nu al doen?

Een paar dingen die je zelf in de hand hebt, ongeacht wanneer jouw pensioenfonds overstapt:

Vraag bij je pensioenfonds op wanneer zij overstappen naar het nieuwe stelsel en wat dat concreet voor jouw opbouw betekent. Check via Mijnpensioenoverzicht.nl hoeveel pensioen je nu al hebt opgebouwd en of dat aansluit bij wat je straks nodig denkt te hebben. Bereken je jaarruimte en kijk of een bancaire lijfrente of lijfrentebeleggingsrekening voor jou zinvol is om het verschil aan te vullen. Bouw naast je pensioen ook vermogen op dat niet vastzit tot je pensioendatum, zodat je flexibiliteit houdt als je bijvoorbeeld eerder wilt stoppen met werken.

Grip houden op je pensioen, ook als het systeem verandert

De nieuwe pensioenwet is geen reden tot paniek, maar wel een goed moment om na te denken over je totale pensioenplaatje. Systemen veranderen, maar de vraag of jij straks financieel comfortabel met pensioen kunt gaan, blijft grotendeels een kwestie van wat je zelf vandaag regelt.

Lees ook

Persoonlijk advies

Wil je weten wat slim is in jouw situatie?

Geen standaardoplossing, geen bank. Gewoon een eerlijk gesprek over wat er mogelijk is voor jou en je kind.

Plan een gratis gesprek