Beleggen voor je kind klinkt simpel. Geld apart zetten, laten groeien, later aan je kind geven. Maar zodra het woord 'belasting' valt, haken veel ouders af. Te ingewikkeld. Te veel onzekerheid. Dus parkeren ze het geld toch maar op een spaarrekening — en tikt de inflatie ondertussen rustig door.
Dat is jammer, want de fiscale kant valt in de praktijk heel erg mee. Dit is wat je moet weten.
Box 3: het startpunt
In Nederland wordt vermogen belast in box 3: de belasting op spaargeld en beleggingen. Je betaalt over het vermogen boven de heffingsvrije voet. In 2025 is die vrijstelling €57.000 per fiscaal partner (of €114.000 voor stellen met fiscaal partnerschap).
Zit je onder die grens? Dan betaal je nul belasting over je vermogen — of het nu op een spaarrekening staat of belegd is.
Zit je er boven? Dan betaal je een percentage over het meerdere. Dat percentage is gebaseerd op een fictief rendement dat de overheid vaststelt, niet op wat je daadwerkelijk verdient.
Vermogen op naam van je kind — wie betaalt de belasting?
Dit is waar het interessant wordt. Als je belegt op naam van je kind (via een beleggingsrekening die op zijn of haar naam staat), dan valt dat vermogen bij de ouders in box 3 — zolang het kind jonger is dan 18.
De wetgever heeft dit zo geregeld om te voorkomen dat ouders vermogen 'wegsluizen' naar hun kinderen om belasting te besparen. Tot de 18e verjaardag telt het vermogen van een minderjarig kind gewoon mee bij de ouders.
Maar: heeft je kind eigen inkomen of vermogen dat volledig van henzelf is (bijvoorbeeld via een erfenis of eigen werk), dan gelden er uitzonderingen. Een belastingadviseur kan je hier verder in begeleiden als het gaat om grotere bedragen.
Wat verandert er op de 18e verjaardag?
Zodra je kind 18 wordt, is het zelfstandig belastingplichtig. Dat betekent:
- Het vermogen op naam van je kind telt niet meer mee bij jou in box 3
- Je kind krijgt zijn of haar eigen heffingsvrije voet (€57.000 in 2025)
- Zolang het vermogen onder die grens blijft, betaalt je kind geen vermogensbelasting
Voor de meeste gezinnen is dit een mooi moment: het vermogen verschuift fiscaal van ouder naar kind, en valt bij een klein of middelgroot bedrag volledig in de vrijstelling.
Schenken: gebruik de jaarlijkse vrijstelling
Wil je geld overmaken aan je kind om te beleggen, dan mag dat belastingvrij tot een bepaald bedrag. In 2026 is de jaarlijkse schenkingsvrijstelling:
- Van ouder naar kind: €6.713 per jaar
- Van grootouder naar kleinkind: €2.000 per jaar
- Van derden (vrienden, familie): €2.658 per jaar
Schenk je meer, dan betaalt je kind schenkbelasting over het meerdere. Er was vroeger ook een eenmalige verhoogde vrijstelling voor de eigen woning (de zogenoemde 'jubelton'), maar die is inmiddels afgeschaft.
Door elk jaar structureel te schenken binnen de vrijstelling, kun je over de jaren heen een aanzienlijk bedrag belastingvrij overdragen.
Wat als je belegt op eigen naam?
Beleg je op je eigen naam met de bedoeling het later aan je kind te geven, dan gelden gewoon de normale box 3-regels voor jou. Het vermogen telt mee bij jouw vrijstelling.
Dit is voor veel ouders de meest praktische route — zeker als je al een beleggingsrekening hebt. Het fiscale nadeel (het telt bij jou) weegt voor de meeste mensen niet op tegen het gemak.
De meest gemaakte fout
Ouders wachten met beleggen omdat ze bang zijn voor belastingcomplexiteit die er in hun situatie helemaal niet is. Ze missen daardoor jaren aan rendement.
De realiteit: als je vermogen onder de vrijstellingsgrens blijft, betaal je gewoon geen belasting. En zelfs als je er overheen gaat, betaal je alleen over het meerdere — en is het netto rendement van beleggen in de meeste gevallen nog altijd véél hoger dan sparen.
Kort samengevat
- Vermogen op naam van je kind telt mee bij jou in box 3 tot je kind 18 is
- Op de 18e verjaardag wordt je kind zelfstandig belastingplichtig en valt het weg bij jou
- Je kunt jaarlijks belastingvrij schenken tot de vrijstellingsgrens
- Beleg je op eigen naam, dan gelden gewoon de standaard box 3-regels voor jou
- In de meeste gevallen is de belastingdruk minimaal of nul