Als je geld opzij zet voor je kind, belegt in een ETF of gewoon een spaarpotje hebt opgebouwd, dan heb je er waarschijnlijk over gehoord: box 3 gaat veranderen. Of eigenlijk: het is al veranderd en verandert nog verder. Wat betekent de vermogensbelasting in 2026 concreet voor jou? En wat kun je doen om er slim mee om te gaan?
Hoe werkte box 3 vroeger en wat is er veranderd?
Tot en met 2022 rekende de Belastingdienst met een fictief rendement. Het maakte niet uit of jij je geld op een spaarrekening had staan of had belegd: de fiscus ging ervan uit dat je een bepaald percentage rendement had gemaakt, en daar betaalde je belasting over.
Dat fictieve rendement bleek voor veel spaarders oneerlijk hoog, zeker in de jaren dat de spaarrente bijna nul was. De Hoge Raad oordeelde in december 2021 dat dit systeem in strijd was met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Sindsdien werkt de Belastingdienst met een tussenoplossing waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen spaargeld, overig vermogen (waaronder beleggingen) en schulden. Elk onderdeel krijgt een eigen forfaitair rendement, dat dichter bij de werkelijkheid ligt.
In 2026 is de nieuwe rekenmethode:
- Spaargeld: rendement gebaseerd op de actuele spaarrente (in 2025 lag dat rond 1,44%)
- Beleggingen en overig vermogen: een hoger forfait, in 2025 circa 5,88%
- Schulden: een aftrekbaar forfait van circa 2,62%
Het belastingtarief in box 3 is 36% in 2025 en stijgt naar 38% in toekomstige jaren als de plannen doorgaan.
Wat betekent dit voor beleggers concreet?
Stel: je hebt €50.000 belegd in een wereldwijd ETF via een beleggingsrekening. Dan rekent de Belastingdienst in 2026 een fictief rendement van 5,88% op dat bedrag. Dat is €2.940. Daarover betaal je 36% belasting: €1.058 per jaar.
Of je nu echt €2.940 rendement hebt gemaakt of niet, maakt voor de fiscus voorlopig niets uit. Dat is precies waarom er zoveel discussie is: het nieuwe systeem is al eerlijker dan het oude, maar nog steeds forfaitair.
Vergelijk dat met spaargeld: €50.000 op een spaarrekening levert een forfaitair rendement op van 1,44%, ofwel €720. Belasting: €259 per jaar. Dat scheelt een hoop ten opzichte van beleggers.
Hoe zit het met het heffingsvrij vermogen?
Er is goed nieuws: je betaalt niet over al je vermogen. In 2026 geldt een heffingsvrij vermogen van €57.000 per persoon (voor fiscale partners samen €114.000). Alles onder dat bedrag is belastingvrij.
Dat betekent dat je als individu pas vermogensbelasting betaalt als je meer dan €57.000 aan vermogen hebt in box 3. Voor veel jonge ouders die net beginnen met beleggen voor hun kind, valt dat dus volledig weg.
Voorbeeld:
- Je hebt €10.000 op een spaarrekening voor je kind en €20.000 in een ETF-portefeuille voor jezelf.
- Totaal vermogen: €30.000.
- Heffingsvrij: €57.000.
- Vermogensbelasting in 2026: €0.
Wat is slim om te doen met je vermogen in box 3?
Er zijn een paar dingen die je kunt overwegen:
-
Benut de heffingsvrije voet. Als je onder de grens van €57.000 zit, hoef je niets te doen. Veel jonge gezinnen zitten hier comfortabel onder.
-
Sluit een lijfrente af als je jaarruimte hebt. Elke euro die je in een lijfrente stopt, verlaagt je box 1-inkomen én verdwijnt tijdelijk uit box 3. Dat kan dubbel voordeel opleveren.
-
Beleg op naam van je kind. Kinderen hebben ook een eigen heffingsvrij vermogen. Vermogen dat formeel op naam van je kind staat, kan buiten jouw box 3-vermogen vallen.
-
Los schulden af. Schulden verlagen je heffingsgrondslag in box 3 — soms loont het ze eerder af te lossen.
Wanneer loont het om advies te vragen?
Als je begint met beleggen en een klein bedrag opzij zet voor je kind, is de vermogensbelasting in 2026 waarschijnlijk niet je grootste zorg. Maar zodra je vermogen groeit richting de €57.000 — of als je wilt weten hoe je jaarruimte, lijfrente en box 3 slim combineert — loont het om één keer goed naar het totaalplaatje te kijken.