Je spaart netjes elke maand. Het saldo op je rekening groeit. Toch word je er eigenlijk armer van. Dat klinkt tegenstrijdig, maar dat is precies wat inflatie doet met je spaargeld. In dit artikel leg ik uit hoe inflatie werkt, wat het betekent voor jouw vermogen en — belangrijker — wat je eraan kunt doen.
Wat inflatie doet met je spaargeld
Inflatie betekent dat de prijzen van producten en diensten elk jaar gemiddeld stijgen. Als de inflatie 3% per jaar is, kost een boodschappenmandje van €100 volgend jaar €103. Je koopkracht daalt dus met 3%.
Stel je hebt €10.000 op een spaarrekening staan die 1,5% rente geeft. Na één jaar heb je €10.150. Klinkt goed. Maar als de inflatie 3% was, kun je met dat bedrag eigenlijk minder kopen dan het jaar ervoor. In reële termen ben je €150 armer geworden.
Dat verlies lijkt klein, maar na 10 jaar heeft inflatie van 3% de koopkracht van je spaargeld met ruim 26% verminderd. Van €10.000 is de koopkracht gedaald naar nog maar €7.440, ook al staat er nominaal meer op je rekening.
De drie manieren om je spaargeld te beschermen
1. Beleggen in brede indexfondsen
De meest bewezen manier om inflatie voor te blijven is beleggen in de aandelenmarkt. Historisch gezien geeft een breed indexfonds zoals de MSCI World een gemiddeld rendement van 7 tot 9% per jaar. Na aftrek van inflatie (gemiddeld 2 tot 3%) houd je dan een reëel rendement van 4 tot 6% over.
Concreet voorbeeld: €10.000 beleggen in een wereldwijd indexfonds met 7% gemiddeld rendement groeit in 20 jaar naar ruim €38.000. Datzelfde bedrag op een spaarrekening met 1,5% groeit naar €13.500 — maar na inflatie is die €13.500 nog maar €9.000 waard in koopkracht.
2. Spreiding over meerdere assetklassen
Naast aandelen zijn er andere beleggingscategorieën die historisch goed standhouden in periodes van hoge inflatie:
- Vastgoed (direct of via REIT-fondsen): huurprijzen en vastgoedwaarden stijgen doorgaans mee met inflatie.
- Grondstoffen zoals goud: traditioneel gezien als bescherming tegen inflatie, al fluctuert de prijs sterk op korte termijn.
- Inflatie-gelinkte obligaties: de rente past zich automatisch aan op basis van de inflatie.
Voor de meeste particuliere beleggers is een brede mix van aandelen via indexfondsen al een uitstekende basis.
3. Spaar alleen wat je op korte termijn nodig hebt
Een noodfonds van drie tot zes maanden netto-inkomen op een spaarrekening is slim. Alles daarboven — geld dat je de komende vijf jaar niet nodig hebt — kun je beter laten werken via beleggen.
De vuistregel: hoe langer je het geld niet nodig hebt, hoe meer je kunt beleggen en hoe minder inflatie je raakt.
Inflatie en sparen voor je kind: een rekensommetje
Dit wordt extra relevant als je spaart voor je kinderen. Stel je legt elke maand €100 opzij voor je kind, dat nu pasgeboren is, met als doel het geld beschikbaar te hebben als het kind 18 is.
Scenario 1 — Spaarrekening (1,5% rente): Na 18 jaar heb je €23.400 nominaal. Maar gecorrigeerd voor 2,5% inflatie is de koopkracht van dat bedrag nog maar circa €14.800.
Scenario 2 — Indexfonds (7% gemiddeld rendement): Na 18 jaar heb je circa €44.900 nominaal. Gecorrigeerd voor inflatie is de reële waarde nog steeds ruim €28.500 — bijna het dubbele van de spaarvariant.
Het verschil is enorm, en wordt alleen maar groter naarmate het tijdsbestek langer is.
Veelgemaakte fout: te lang wachten
Veel mensen wachten met beleggen tot ze "genoeg" hebben of tot het "een goed moment" is. Maar inflatie werkt elke dag. Elke maand dat je wacht op een ideaal instapmoment, verliest je spaargeld koopkracht.
Periodiek beleggen — elke maand een vast bedrag inleggen — beschermt je ook nog eens tegen slechte timing. Je koopt automatisch meer aandelen als de koersen laag zijn en minder als ze hoog zijn. Over langere periodes middelt dat gunstig uit.
Praktische eerste stap
Als je nog niet belegt en wil beginnen met het beschermen van je spaargeld tegen inflatie, zijn dit de drie concrete stappen:
- Zet drie tot zes maanden netto-inkomen apart als noodfonds op een spaarrekening.
- Open een beleggingsrekening bij een betrouwbare broker.
- Beleg elke maand een vast bedrag in een breed gespreid indexfonds op basis van de MSCI World of FTSE All-World.