Je wilt fiscaal voordelig extra pensioen opbouwen, maar loopt vast op de keuze tussen banksparen en een lijfrente. Beide geven je belastingvoordeel via de jaarruimte, maar de manier waarop je geld groeit en wat je uiteindelijk overhoudt, verschilt flink.
Wat is het verschil tussen banksparen en een lijfrente?
Banksparen is eigenlijk een geblokkeerde spaarrekening: je stort geld op een lijfrentespaarrekening bij een bank en ontvangt daar rente over, meestal vergelijkbaar met een gewone spaarrekening. Het risico is laag, maar het rendement ook.
Een lijfrente via een verzekeraar of bank kan op twee manieren: als lijfrentespaarrekening (vergelijkbaar met banksparen) of als lijfrentebeleggingsrekening, waarbij je inleg wordt belegd in fondsen of ETF's. Bij die laatste variant loop je meer risico, maar op de lange termijn is het verwachte rendement ook hoger.
Beide vormen geven hetzelfde fiscale voordeel: de inleg is aftrekbaar binnen je jaarruimte of reserveringsruimte, en je betaalt pas belasting bij uitkering, meestal tegen een lager tarief omdat je dan minder inkomen hebt.
Hoeveel jaarruimte heb je eigenlijk?
Je jaarruimte hangt af van je inkomen en eventuele pensioenopbouw via je werkgever. Als vuistregel geldt: 30% van je bruto-inkomen (met een aftrek voor de AOW-franchise en factor A) mag je fiscaal aftrekbaar inleggen.
Verdien je €50.000 bruto en bouw je via je werkgever weinig of geen pensioen op, dan kan je jaarruimte al snel €5.000 tot €8.000 per jaar bedragen. Dat bedrag is elk jaar aftrekbaar in box 1, wat bij een marginaal tarief van 37% al snel een paar duizend euro belastingvoordeel per jaar oplevert.
Rekenvoorbeeld: banksparen versus beleggen binnen een lijfrente
Stel je zet 20 jaar lang €300 per maand opzij, in totaal €72.000 aan inleg.
Bij banksparen tegen een gemiddelde rente van 2,5% per jaar bouw je ongeveer €98.000 op. Bij een lijfrentebeleggingsrekening met een gemiddeld rendement van 6% per jaar (breed gespreid in ETF's) kom je uit op ongeveer €139.000.
Het verschil van ruim €40.000 komt volledig door het effect van samengestelde rente over 20 jaar. Hoe langer je horizon tot pensioendatum, hoe groter het verschil in het voordeel van beleggen uitpakt.
Wanneer kies je voor banksparen?
Banksparen is een logische keuze als je bijna met pensioen gaat en geen tijd meer hebt om koersschommelingen op te vangen, als je zekerheid belangrijker vindt dan een hoger verwacht rendement, of als je het bedrag al hebt opgebouwd via beleggen en de laatste jaren wilt vastzetten tegen een vaste rente, vergelijkbaar met het afbouwen van risico dat je ook bij een pensioenfonds ziet.
Wanneer kies je voor een lijfrentebeleggingsrekening?
Een lijfrente met beleggen past beter als je nog minimaal 10 tot 15 jaar hebt tot je pensioendatum, als je bereid bent tijdelijke dalingen te accepteren voor een hoger verwacht eindkapitaal, of als je kosten wilt drukken door te kiezen voor een breed gespreid indexfonds in plaats van actief beheerde fondsen met hogere kosten.
Let op: uitkeringsfase en belasting
Bij beide varianten geldt dat je het opgebouwde kapitaal moet omzetten in een periodieke uitkering, meestal vanaf je AOW-leeftijd. Je betaalt dan belasting over de uitkering in box 1, maar vaak tegen een lager tarief dan tijdens je werkende leven. Zorg dat je op tijd, het jaar voordat je met pensioen gaat, een offerte opvraagt bij verschillende aanbieders, want de voorwaarden en uitkeringspercentages lopen flink uiteen.
Wat is voor jou de beste keuze?
De keuze tussen banksparen en een lijfrentebeleggingsrekening hangt af van je beleggingshorizon, risicobereidheid en de rest van je vermogensopbouw. Voor de meeste mensen onder de 50 jaar is een lijfrente met beleggen fiscaal en rendementstechnisch de sterkere keuze, mits je de looptijd hebt om schommelingen op te vangen.
Twijfel je welke route bij jouw situatie past, of wil je weten hoeveel jaarruimte je precies hebt? Plan een vrijblijvend gesprek van 30 minuten via cal.eu/thomdenotter/30min of lees meer voorbeelden op slimsparenvoorjekind.nl.